Over Adam en Amerika

De Hemelse Hupsruk heeft denk ik wel gelijk als hij vindt dat ook de wurmpjes, insecten, spinnen, teekjes en bloedzuigertjes er bij horen. En dan hebben we het nog niet eens over de kameleonnetjes, hagedisjes en slangetjes, ... Trouwens, als die allemaal niet zijn meegelift op de ark, hoe komen ze hier dan überhaupt (althans, in de visie van Johan en soortgelijke sectariërs)? Maar, zoals al eerder gezegd, het is niet zo'n vruchtbaar discussiepunt, want de enige logische uitkomst is, dat de hele onderneming godsonmogelijk was.

Als je gelooft dat alles wat in de bijbel staat letterlijk waar is, is dat natuurlijk geen probleem. Voorlopige conclusie: geloven maakt dom.

De vervloeking van Kanaän is een veel interessanter onderwerp.

Mijn eerste opwelling was: die Noach was zeker en vast een Amerikaan. Bij nader inzien is het eerder andersom, dus vooruit, toch maar weer wat bronnenonderzoek.

In de Statenvertaling luiden de betr. verzen als volgt:

En de zonen van Noach, die uit de ark gingen, waren Sem, en Cham, en Jafeth; en Cham is de vader van Kanaän. Deze drie waren de zonen van Noach; en van dezen is de ganse aarde overspreid. En Noach begon een akkerman te zijn, en hij plantte een wijngaard. En hij dronk van dien wijn, en werd dronken; en hij ontblootte zich in het midden zijner tent. En Cham, Kanaäns vader, zag zijns vaders naaktheid, en hij gaf het zijn beiden broederen daar buiten te kennen. Toen namen Sem en Jafeth een kleed, en zij leiden het op hun beider schouderen, en gingen achterwaarts, en bedekten de naaktheid huns vaders; en hun aangezichten waren achterwaarts gekeerd, zodat zij de naaktheid huns vaders niet zagen. En Noach ontwaakte van zijn wijn; en hij merkte wat zijn kleinste zoon hem gedaan had.

En hij zeide: Vervloekt zij Kanaän; een knecht der knechten zij hij zijn broederen!Voorts zeide hij: Gezegend zij de HEERE, de God van Sem; en Kanaän zij hem een knecht! God breide Jafeth uit, en hij wone in Sems tenten! en Kanaän zij hem een knecht! En Noach leefde na den vloed driehonderd en vijftig jaren. Zo waren al de dagen van Noach negenhonderd en vijftig jaren; en hij stierf.

De plaat van Doré is uiteraard weer bijzonder fraai: aartsvaderlijke toorn, kermen, geweeklaag en handengewring, wat wil een mens nog meer? Niet dat dat ons helpt om te begrijpen wat er gebeurt en waarom. Maar, als we niet begrijpen waarom Noach zijn jongste zoon vervloekt zijn we in goed gezelschap:

Michelangelo begreep er ook al niets van. De drie zonen worden hier in dezelfde paradijselijke toestand afgebeeld als de vader. Waarom ze diens naaktheid dan moeten bedekken en het gelaat afwenden om die maar niet te hoeven aanschouwen wordt door deze afbeelding alleen maar raadselachtiger.

De geciteerde, noch de daarop volgende bijbelverzen geven enige toelichting. De wandaad en de daardoor gevolgde banvloek worden blijkbaar als volkomen vanzelfsprekend beschouwd. Voor een juist begrip brengt denk ik alleen een diepgaande studie van de zeden van de semitische herdersvolken in de voor-christelijke tijd uitkomst. Dat voert in dit kader natuurlijk een ietsje te ver. Als we een stukje terugbladeren in het boek Genesis, komen we echter een passage tegen, die voornoemde studie weliswaar geenszins overbodig maakt, maar toch een beetje licht op de zaak werpt:

De slang nu was listiger dan al het gedierte des velds, hetwelk de HEERE God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: Is het ook, dat God gezegd heeft: Gijlieden zult niet eten van allen boom dezes hofs? En de vrouw zeide tot de slang: Van de vrucht der bomen dezes hofs zullen wij eten; Maar van de vrucht des booms, die in het midden des hofs is, heeft God gezegd: Gij zult van die niet eten, noch die aanroeren, opdat gij niet sterft. Toen zeide de slang tot de vrouw: Gijlieden zult den dood niet sterven; Maar God weet, dat, ten dage als gij daarvan eet, zo zullen uw ogen geopend worden, en gij zult als God wezen, kennende het goed en het kwaad. En de vrouw zag, dat die boom goed was tot spijze, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, een boom, die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar, en hij at. Toen werden hun beider ogen geopend, en zij werden gewaar, dat zij naakt waren; en zij hechtten vijgeboombladeren samen, en maakten zich schorten.

Michelangelo: De verdrijving uit het paradijs (detail van het plafond van de Sixtijnse kapel)

Deze illustratie voegt weinig toe aan het betoog, maar het is een fraai en beroemd stukje schilderwerk. En het toont nog eens aan, hoe weinig Michelangelo snapte van het boek Genesis. Want, het belangrijkste detail, de schortjes, ontbreekt hier. In zijn onschuld meende Michelangelo dat die niet belangrijk waren. Niets is echter minder waar.

Wat staat er namelijk? Er staat, dat het eerste mensenpaar zijn onschuld verloor door het eten van de boom van de kennis van goed en kwaad. Verkeerden zij voorheen in dezelfde toestand als de andere dieren, die geen goed en kwaad kennen en bijgevolg ook goed noch kwaad kunnen doen, na het eten van de appel hadden zij ineens wel een besef van goed en kwaad. En wat was het eerste dat zij deden? Riepen zij god ter verantwoording, omdat zij bij de laatste verkiezingen niet op hem gestemd hadden en wel eens wilden weten, hoe hij dan toch god geworden was? Sloegen zij de slang dood, omdat zij door haar toedoen een inzicht deelachtig waren geworden waarvan wel viel te voorzien dat het minder prettige consequenties ging hebben? Zetten zij een pittige discussie op over de voor-en nadelen van de sexuele voortplanting, vergeleken met de wijze waarop ééncelligen dat doen? Njet, nada, naks, noppes, niets van dit alles; het eerste wat de sukkelaars opviel was dat zij naakt waren. En in het licht van hun nieuwverworven kennis beschouwden zij dit als een onnoemelijk kwaad, dat liefst ook zo snel mogelijk aan het gezicht onttrokken moest worden: zij maakten zich schorten. Het geeft blijk van een treurige mentaliteit, maar blijkbaar dachten de semitische herders die deze verhalen bij het kampvuur aan elkaar vertelden er zo over.

Het grappige is, dat heden ten dage nog hele volksstammen er zo over denken. Die zijn voornamelijk te vinden aan de andere kant van de Atlantische oceaan. Men noemt ze wel Amerikanen .

Home